Wie zijn de 'big five' en waarom gaan zij áltijd door naar de finale?
In dit artikel:
Het Eurovisie Songfestival kent een zogenaamde ‘big five’: Italië, Duitsland, Spanje, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Deze landen betalen de grootste bijdrages aan het festival, waardoor zij sinds 2000 automatisch verzekerd zijn van een plek in de finale, in tegenstelling tot andere deelnemers die door halve finales moeten zien te komen. Ook het gastland, dit jaar Zwitserland, krijgt een gegarandeerde finaleplaats. Hoewel de ‘big five’ pas in de finale echt de stemmen van het publiek nodig hebben, treden ze sinds enkele jaren ook op tijdens de halve finales om zo meer bekendheid en populariteit op te bouwen voorafgaand aan de finale. Ondanks hun voorrang winnen deze landen niet altijd; uitzondering vormen onder andere Italië dat in 2021 won en Duitsland in 2010. Het Verenigd Koninkrijk, met vijf overwinningen in de geschiedenis, behaalde de afgelopen twintig jaar vaak lage klasseringen. De hoge investeringen van deze landen in het festival wegen voor hen op tegen de aanzienlijke kijkcijfers en het bijbehorende financiële rendement. Dit jaar vertegenwoordigt Claude Nederland met het lied ‘C’est la vie’, terwijl zijn plek op het podium dankzij het systeem van ‘big five’ zeker is, in tegenstelling tot de meeste andere artiesten.