'Veel mensen die mode gedag zeggen komen in de zorg terecht'
In dit artikel:
Sjaak Hullekes en Sebastiaan Kramer zijn de oprichters van Hul le Kes, een Arnhemse modeonderneming die sinds 2018 inzet op een radicaal circulair en sociaal model. Afgelopen woensdag ontvingen zij het 15de Cultuurfonds Mode Stipendium, een erkenning die hen financiële ruimte geeft om hun artistieke en maatschappelijke visie verder uit te bouwen.
Hul le Kes werkt volledig lokaal vanuit een oude houtzagerij in Arnhem en verwerkt uitsluitend post-consumer materialen tot hoogwaardige kleding. Hiermee willen ze het traditionele modesysteem uitdagen: niet alleen winst en verkoopcijfers tellen, maar ook hoeveel kledingstukken ze van de verbrandingsoven redden en hoeveel mensen teruggeleid worden naar stabiliteit. De productie in Nederland is kostbaar en wordt binnen Nederland vaak ondergewaardeerd, maar het label ziet lokale fabricage als cruciaal om CO2-uitstoot te beperken en ambachtelijke vakkennis door te geven aan nieuwe generaties.
Het team bestaat uit negen vaste medewerkers en een zorgatelier, de Hul le Kes Recovery Studio, waar momenteel ongeveer 45 mensen werken die vanwege psychische of sociale problemen niet direct op de reguliere arbeidsmarkt kunnen meedraaien. In die studio ligt de nadruk op rust, regelmaat en het leren maken van een goed product zonder druk van deadlines. Het traject heeft al tastbare successen opgeleverd: deelnemers haalden herstel en stroomden door naar regulier werk. Het verkrijgen van de zorgaccreditatie was een bureaucratisch proces, waarbij Hullekes’ achtergrond in sociaal-pedagogisch werk hielp; twee fulltime begeleiders (met modeachtergrond) zorgen voor dagelijkse focus en ondersteuning.
Hul le Kes combineert creatie en circulariteit praktisch: materialen komen uit kringloopwinkels, het Leger des Heils, samenwerkingen (zoals met beddengoedmerk Yumeko) en een verzamellocatie. Alles wordt gewassen, gesorteerd en vervolgens bekeken aan de hand van moodboards of wat er in grote hoeveelheden binnenkomt. Dat levert soms onverwachte trends in reststoffen op (bijvoorbeeld veel joggingstof). Door slim 'bij zichzelf te winkelen' bepalen ze welke ontwerpen in productie gaan.
Voor de consument vertaalt de aanpak zich in producten met een verhaal: elk kledingstuk krijgt een paspoort met informatie over stof, ontwerp en maker. Klanten komen vaak binnen op basis van esthetiek, maar gaan met die achtergrond vaak het verhaal delen, wat volgens de oprichters bijdraagt aan gedragsverandering — mensen repareren en waarderen hun kleding anders. Die narratieve aanpak is bedoeld om stap voor stap het bredere systeem te beïnvloeden.
De motivatie van Hullekes en Kramer vloeit voort uit persoonlijke teleurstelling over de conventionele modewereld, waarvan ze de druk en ongezonde werkwijzen wilden ontvluchten. Met Hul le Kes zoeken ze een evenwicht tussen creativiteit, sociale betrokkenheid, duurzaamheid en commercie — waarden die ze expliciet meten naast financiële cijfers. Over het stipendium zeggen ze dat het meer is dan een prijs: “Voor ons is dit stipendium niet alleen een prijs, maar ook een mogelijkheid om verder te bouwen aan een nieuwe vorm van design,” aldus Sebastiaan Kramer.