Unicef-directeur Suzanne vertelt over kinderen in noodsituaties en haar hoop voor de toekomst

maandag, 5 januari 2026 (14:20) - Vriendin.nl

In dit artikel:

Suzanne, directeur van Unicef Nederland, vertelt hoe haar liefde voor zorg al in haar jeugd ontstond toen ze in de huisartsenpraktijk van haar vader met het babyspreekuur mee mocht helpen. Oorspronkelijk droomde ze van een loopbaan als arts of verpleegkundige, maar via hotelmanagement en werk bij het Rode Kruis — waar ze onder meer hospices voor ernstig zieke kinderen opzette — belandde ze uiteindelijk toch in de kinderrechten‑sector. Sinds bijna tien jaar leidt ze Unicef Nederland.

Unicef Nederland werkt binnen het internationale kader van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind en is onderdeel van de wereldwijde VN‑organisatie die lokale teams inzet in vrijwel elk land. Suzanne maakt regelmatig werkbezoeken om te zien hoe hulpverlening er ter plaatse uitziet, kinderen en ouders te spreken en de Nederlandse achterban concreet te kunnen vertellen wat hun donaties opleveren. Haar eerste veldtrip was in 2017 naar Libanon, waar Unicef samen met de overheid schooltijden aanpaste om zowel Libanese kinderen als vluchtelingenkinderen onderwijs te bieden.

Een belangrijk zorgpunt dat Suzanne benadrukt, is de sterke terugloop van middelen voor ontwikkelingssamenwerking. Unicef Nederland ontvangt geen structurele Nederlandse overheidsbijdrage en wereldwijd zijn bijdragen gekrompen — sommige landen, zoals de Verenigde Staten, stopten deels met ontwikkelingssteun. Concrete gevolgen zijn al zichtbaar: salarissen van medisch personeel in landen als Ethiopië kunnen niet meer betaald worden, veldklinieken sluiten en vaccinatieprogramma’s worden in gevaar gebracht. Suzanne wijst erop dat vaccinaties in de afgelopen decennia miljoenen kinderlevens hebben gered; de huidige bezuinigingen bedreigen die geboekte winst en kunnen leiden tot terugkeer van ziekten als mazelen.

De schaal van menselijke nood maakt indruk: tijdens recente reizen, onder andere naar Soedan, ontmoette ze vluchtelingen die herhaaldelijk moesten vluchten, vrouwen die onderweg geweld meemaken en jonge meisjes die hun eindexamen en toekomst zien verdwijnen. Zulke ontmoetingen wekken bij haar verdriet en machteloosheid, maar ze probeert die emoties te kanaliseren in actie: fondsenwerving, intensiever lobbyen bij politici, mediaoptredens en het inbrengen van casussen bij ministers om structurele hulp mogelijk te maken. Zij benadrukt dat kleine, concrete successen — zoals hulpaanvragen die tot resultaat leiden of een school die weer open kan — houvast geven.

Persoonlijk werkt Suzanne intensief; ze zegt dat haar werk haar energie en voldoening geeft en omschrijft haar drijfveer simpel en krachtig: "Ik wil anderen helpen." Ze combineert een veeleisende baan met gezin en gezinssituatie: getrouwd, drie volwassen kinderen, en af en toe lastigheden omdat haar werk ook in vrije tijd doorwerkt. Hoewel ze Gaza zelf nog niet bezocht heeft vanwege ontoegankelijkheid, raakt ook die crisis haar diep en vormt een extra uitdaging in de poging om optimisme binnen haar team te bewaren.

Toch ziet ze lichtpunten: burgeracties zoals de Rode Lijn‑demonstraties en persoonlijke verhalen van gehelpte kinderen of jongeren (een voorbeeld: een jongen in Bangladesh die dankzij aanmoediging school werd ingerold en timmerman werd) tonen dat Unicef écht verschil kan maken. Suzanne gelooft in dialoog boven activisme: door met overheden en lokale netwerken te praten wil ze zoveel mogelijk invloed uitoefenen om de rechten en kansen van kinderen veilig te stellen.