Tuinieren in februari: dit doe je wel (en dit nog even niet)
In dit artikel:
In februari kun je in de tuin al veel voorbereidend werk doen, mits het droog en vorstvrij is. Snoei bladverliezende heesters, dakplatanen, leilindes en ook appel- en perenbomen — bij voorkeur vóór half maart, zolang de sapstroom nog niet op gang is — zodat de vorm behouden blijft en nieuwe groei gestimuleerd wordt. Laat bij clematis wel eerst controleren tot welke snoeigroep jouw soort behoort; laatbloeiende types (snoeigroep 3) mogen vaak fors teruggesnoeid worden.
Onkruid kun je nu het beste met de hand verwijderen: de vaak vochtige grond maakt het mogelijk wortel en al te trekken, waardoor verspreiding in het voorjaar wordt beperkt. Vermijd chemische middelen; handmatig wieden is beter voor bodem en bodemleven.
Februari is ook geschikt om kaalwortelplanten zoals rozen en hagen te planten, mits vóór 1 maart en bij afwezigheid van vorst, zodat ze tijd hebben om te wortelen. Sommige koudekiemers zoals viooltjes, korenbloem en klaproos kun je direct buiten zaaien — kies hiervoor een droge, milde dag en geen bevroren of drassige grond.
Voer onderhoudsklussen uit die nu makkelijker zijn: nestkastjes repareren of vervangen, tuingereedschap schoonmaken en slijpen, en schuttingen of meubels controleren op houtrot of losse onderdelen.
Wat je nog even moet laten: snoei rozen en steenvruchten (kersen, pruimen) liever niet nu — rozen lopen risico bij nachtvorst en steenvruchten zijn kwetsbaarder voor infecties; snoeien van steenvruchten is vaak beter na de oogst in de zomer. Maai of bemest het gazon niet; loop niet over nat of bevroren gras. Kalk strooien kan wel om de pH op peil te brengen. Ruim niet alle bladeren en afgestorven stengels weg: ze bieden vorstbescherming en schuilgelegenheid voor overwinterende insecten en vogels.