Tessa verhuisde voor haar hardloopavonturen: 'Als ik in de bergen ben dan is alles goed'
In dit artikel:
Tessa, een voormalige turnster uit Rotterdam en operatieassistente van opleiding, ontwikkelde zich in enkele jaren tot een ervaren ultratrailer die grote afstanden door bergen en natuur aflegt. Haar loopcarrière begon nadat ze als toeschouwer bij de Rotterdam Marathon had gestaan; drie jaar later rende ze zelf haar eerste hele marathon. Wat aanvankelijk moeizaam begon — te hard van start en snel opgebrand — groeide via geleidelijke opbouw naar langere afstanden en trailruns, onder andere in de duinen bij Castricum, waar haar liefde voor onverharde paden begon.
Na vier deelnames aan de Marathon van Rotterdam zocht ze uitbreiding: met hulp van een vriend die triatleten coacht, ging ze trainen voor ultra-afstanden (het doel was 60 km uithoudingsvermogen). Ze koppelde fysieke training aan mentale technieken: twee keer volgde ze tien dagen vipassana-meditatie, wat haar leerde pijn en ongemak te accepteren en te vertrouwen op vergankelijkheid — een mentale bagage die ze tijdens ultras constant inzet. Haar insteek is praktisch: ze verdeelt de route in behapbare stukjes (bijvoorbeeld naar de volgende verzorgingspost) en gebruikt zicht op natuur en omgeving als afleiding en motivatie.
Het verlangen naar bergen leidde tot een ingrijpende verhuizing: vier jaar geleden vertrok ze naar Zwitserland, waar ze tegenwoordig in Chur woont en 34 uur per week in een ziekenhuis werkt. Het leven daar stelt ze bewust anders in: minder groot sociaal leven, meer tijd buiten. Winters loopt ze gemiddeld zo’n acht uur per week door de bergen, in de zomer soms vijftien uur, aanvankelijk aangevuld met skiën en langlaufen. De bergvorm van lopen — veel hoogtemeters, variabele ondergrond — vond ze eerst wennen, maar nu juist minder belastend voor knieën dan lange stukken asfalt.
Haar progressie in ultras liep snel: na 75 en 100 km-runs deed ze de Eiger Trail (51 km) en een zware 100 km-wedstrijd met 6.000 hoogtemeters. Daarna koos ze voor een nog groter doel: een wedstrijd in Wallis van 170 km met 11.500 hoogtemeters, die ze in ongeveer veertig uur uitliep zonder te slapen. Het ervaren van grenzen én het er mentaal doorheen komen, noemt ze bron van energie en voldoening.
Een van haar ambitieuzere projecten was de Via Alpina: een langeafstandspad van circa 2.000 kilometer van Triëst via acht landen naar Monaco. Samen met vriendin Kyra, die een Land Rover met daktent gebruikte als mobiele steun, vertrok ze op 6 juli 2025 om de route zo snel mogelijk hardlopend af te leggen. Wat aanvankelijk als persoonlijk avontuur begon, werd ook een sportieve uitdaging toen ze besloot te mikken op de FKT (fastest known time) voor vrouwen — een geregistreerd record op langlopende routes. Ondanks veel minder professionele ondersteuning dan een Duitse concurrententeam (dat met camper en sponsors afreisde), hielden ze vol.
De dagen bestonden uit veel rennen (vaak rond de 50 km per dag), korte slaapmomenten en improviseren bij slecht weer. Ze moesten omgaan met natte kleding, modder en fysieke pijn, en gebruikten haar meditatie- en aanvaardingsmentaliteit om door te zetten. Een spannend incident: in het donker kwam ze wilde zwijnen tegen op het pad; in paniek sprintte ze weg en hield gelukkig ongeschonden stand. Na 38 dagen, 2 uur en 54 minuten finishte ze in Monaco en noteerde daarmee de FKT; het Duitse team deed er door blessures ongeveer vijftig dagen over. Onderweg ontmoetten de teams elkaar en bleven sportieve contacten intact.
De aanpak eiste een tol: de eerste weken na thuiskomst nam ze rust en liep alleen als ze er zin in had. Toch kijkt ze alweer vooruit naar nieuwe trails — Innsbruck, een 140 km-race op Mallorca en misschien de Ultra-Trail du Mont-Blanc (170 km) — al heeft ze een voorkeur voor kleinschalige evenementen. Kern van haar motivatie blijft onveranderd: de bergen geven haar rust en perspectief, maken het leven eenvoudiger en elk parcours uniek. Wie haar avonturen wil volgen, vindt haar op Instagram @tessacaspers.