Technologie maakt de weg vrij voor nieuwe vormen van geweld tegen vrouwen
In dit artikel:
Recent onthullingen en persoonlijke ervaringen laten zien hoe digitale technologie bestaande ongelijkheden niet alleen herhaalt, maar ook verergert. Gebruikers ontdekten bijvoorbeeld dat Grok, de AI-chatbot van X, zonder toestemming hyperrealistische naaktbeelden van echte vrouwen kon genereren — soms op basis van slechts een profielfoto. Dit is geen geïsoleerd technisch foutje, maar onderdeel van een patroon waarin algoritmes en devices seksueel misbruik, stalking en uitsluiting vergemakkelijken.
Wie: dat beeld komt terug in de verhalen van datawetenschapper en digitale-rechtenexpert Robin Pocornie, onderzoeker Paola Verhaert en feministische schrijvers zoals Laura Bates. Zij koppelen persoonlijke ervaringen aan bredere analyses van hoe technologie wordt ontworpen en ingezet.
Wat en waar: tijdens de coronapandemie bleek bijvoorbeeld dat antispieksoftware op universiteiten studenten controleerde via gezichtsherkenning — en die systemen zwarte gezichten vaak simpelweg niet herkenden. Pocornie zelf zag de melding dat haar gezicht ‘niet gevonden’ werd, terwijl camera en omgeving wél werkten; andere studenten raakten uitgesloten van examens. Dergelijke voorbeelden illustreren het begrip ‘reference man’: ontwerpen zijn vaak afgestemd op een normbeeld (de witte, gemiddelde man), waardoor afwijkingen minder goed werken of mensen worden uitgesloten.
Ook consumententoepassingen tonen ongelijkheid. Vertaal-AI tikt stereotypen aan door beroepen een gender toe te schrijven; beautyfilters op platforms als TikTok en Snapchat verfraaien en lichten gezichten op een manier die een smal schoonheidsideaal normaliseert — een effect dat onderzoek (onder andere een Amerikaanse studie uit 2025) koppelt aan slechter zelfbeeld bij jongeren. Bij zelflerende systemen wordt dit versterkt: AI leert van bestaande data, inclusief seksisme en racisme, en kan discriminatie institutionalizeren. In Nederland werden in het toeslagenschandaal algoritmes gebruikt om frauderisico’s te detecteren; die systemen markeerden disproportioneel vaak alleenstaande moeders en mensen van kleur als ‘verdacht’, met verwoestende gevolgen.
Waarom: technologische vooruitgang wordt veelal gepresenteerd als onvermijdelijk en neutraal, waardoor politieke keuzes en machtsverhoudingen onzichtbaar blijven. Verhaert wijst op depolitisering: technologie lijkt een natuurkracht waartegen weinig te doen is, terwijl ze in werkelijkheid door mensen met waarden en belangen wordt gemaakt. Daardoor blijven beslissingen over ontwerp en inzet bij een kleine, cultureel homogene groep.
Nieuwe vormen van geweld manifesteren zich online en offline via tech: deepfakes en ‘deepnudes’ maken het mogelijk om iemands gezicht op een naaktlichaam te plakken; slimme brillen met verborgen camera’s blijken gebruikt te worden voor onopgemerkt filmen van vrouwen; beelden circuleren vervolgens zonder toestemming en platforms distantiëren zich vaak door te zeggen dat zij de content niet zelf hebben gemaakt. Bates betoogt dat seksueel geweld via schermen een ‘new age’ is van intimidatie: het instrument verandert, maar de machtsdynamiek blijft bestaan en wordt schaalbaar door technologie.
Waarom meer vrouwen in tech niet genoeg: representatie helpt, maar is geen wondermiddel. Pocornie waarschuwt tegen techno-solutionism — de gedachte dat technische tweaks (meer vrouwelijke engineers, diverse datasets, ethische checklists) de fundamentele problemen oplossen. Problemen blijven als het uitgangspunt van systemen wantrouwen, controle of disciplinering is. Verhaert voegt daaraan toe dat echte inclusie democratische inspraak vereist: mensen moeten kunnen bepalen hoe technologie hun leven raakt, kunnen weigeren of onderhandelen over gebruik, en niet geconfronteerd worden met onontkoombare systemen.
Gevolg en oproep: het artikel pleit voor een ‘feministische update’ van technologie: geen kleine cosmetische aanpassingen, maar heroverweging van waarom en voor wie systemen worden gebouwd. Dat betekent ontwerpen met het expliciete doel om veiligheid en gelijkheid te bevorderen, betere regelgeving en transparantie, en collectieve beslissingsmacht in plaats van technocratische onvermijdelijkheid. Technologie is geen neutrale kracht; ze is een sociale praktijk die herschreven kan worden. Het is nu tijd dat ook vrouwen en gemarginaliseerde groepen mee kunnen schrijven aan die code en die regels.