Saskia: 'Zolder. Zonlicht. Werkmanshanden.'
In dit artikel:
Op vrijdag 13 maart 2026 belt de vertelster Mandy op omdat ze haar al dagen niet heeft gezien en het gevoel heeft dat haar vriendin gezelschap nodig heeft. Ze haalt boodschappen voor een simpele, troostrijke preischotel, twee flessen betaalbare maar goede wijn en kilozakken gele M&M’s — precies wat hoort bij een ongedwongen avond thuis. Thuis maakt ze alles klaar en laat de schotel in de koelkast wachten tot Mandy arriveert.
Mandy komt binnen met een humeur dat haar lach niet helemaal verbergt; al snel vertrouwt ze toe dat ze tijdens een woningbezichtiging iemand heeft gezoend — op zolder, bij een bijna doorgezakte vloer, met een klant. De gebeurtenis raakt aan de grens tussen professioneel gedrag en privé, maar wordt in de veilige sfeer van de bank, met wijn en comfortfood, vooral met humor en relativering besproken. De vriendinnen kijken Netflix half, eten M&M’s, praten door en analyseren mannen en werkgrenzen zonder te oordelen.
Het stukje legt de nadruk op kleine rituelen die vriendschap onderhouden: bellen op het juiste moment, samen eten en ruimte bieden voor confessionele, licht beschamende verhalen. De avond eindigt in gelach en het besef dat sommige vrijdagen misschien niet professioneel zijn, maar wel precies goed — een ode aan kameraadschap en het delen van alledaagse troost.