Roos redt als vrijwilliger bij de KNRM mensen op zee
In dit artikel:
Roos, opgegroeid op Vlieland, werkt als beroepsbrandweervrouw en is daarnaast vrijwilliger bij de KNRM in Scheveningen. Waar veel mensen schrikken van gevaar, floreert zij erin: van brandende schepen en vermiste surfers tot het reanimeren van drenkelingen — gevaar schrikt haar niet af. Als kind zocht ze al grenzen op: stiekem surfers achterna op haar bodyboard, kitesurfen en rondrennen op het strand.
Na een mislukte start op de opleiding tot sportdocent door ernstige vermoeidheidsklachten — door artsen vergeleken met longcovidachtige klachten — veranderde haar koers toen haar toenmalige partner bij de brandweer werkte. Ze begon als vrijwilliger en werd na een jaar beroepsbrandweervrouw. Ondanks weerstand en het feit dat er tien jaar geen vrouw op die kazerne was aangenomen, knokte ze zich omhoog: “Alles wat de mannen kunnen, kan ik ook,” zei ze daarover.
In de loop van haar carrière werkte ze als brandweerduiker en behoort nu tot het Quick Response Team (QRT). Die taak omvat inzet bij incidenten met veel slachtoffers en gevaarlijke stoffen; zo was ze betrokken bij de explosie van een drugslab in Rotterdam in 2024 waarbij drie doden vielen. Daarnaast doet ze opleiding tot chauffeur en werkt ze als bijrijder op de ladderwagen om mensen te redden die niet via trappen te evacueren zijn. Het werk draait in 24-uursdiensten: een volledige dag en nacht op de kazerne met korte slaapmomenten, waarna twee dagen vrij volgen.
Als vrijwilliger bij de KNRM zocht ze aanvankelijk vooral sociale contacten na haar verhuizing naar Scheveningen; haar partner Rick is daar ook actief. De KNRM onderscheidt zich van de Reddingsbrigade doordat zij reddingen verder op zee uitvoert; de brigades houden zich meer bezig met strandtoezicht. Het KNRM-team beschikt over reddingboten (bijnaam Kitty en Jaap) en een kusthulpverleningsvoertuig. Bij ernstige meldingen zetten ze vaak al het materieel in; uit voorzorg zitten Roos en Rick niet altijd samen in hetzelfde vaartuig of voertuig.
Roos beschrijft het scala aan meldingen: van gesleepte motorboten en toeristen die niet kunnen zwemmen tot surfers die gereanimeerd moeten worden. In de zomer overheerst drukte met toeristen, in de winter zijn uitrukken voor suïcides helaas vaker aan de orde. Zij gaat soms zelf het water in; de uitrusting is warm en waterdicht, bevat een gps-tracker en lifeline, maar het weer kan snel omslaan. Ze benadrukt het belang van kennis over stromingen, zoals een mui, en raadt cursussen van de Reddingsbrigade aan: “Een rustige zee kan net zo gevaarlijk zijn als een ruige.”
Heftige incidenten zijn onderdeel van het werk, en daarmee ook het leren omgaan met emotie. Roos vertelt dat je deels “afstompt” om professioneel te blijven; in de opleiding leer je wegstappen zodra je taak klaar is en uit te sluiten wat je niet meer kunt veranderen. Ze vermijdt het actief navragen van vervolguitkomsten om dingen niet persoonlijk te maken, en bespreekt moeilijke oproepen met collega’s of haar partner. Zwarte humor en onderlinge steun helpen bij verwerking.
Privé kampt ze nog steeds met wisselende gezondheid: periodes van uitputting, gevolgen van een vorig auto-ongeluk met nek- en rugpijn, en chronische vermoeidheid. Om fit te blijven traint ze intensief — onder meer met hyrox, een combinatie van hardlopen en functionele oefeningen. Toch geeft ze toe soms over haar grenzen te gaan; een keer leidde vermoeidheid na een nacht blussen en meteen daarna een KNRM-melding tot communicatiefouten. Zulke ervaringen herinneren haar eraan eerlijk te zijn over haar fysieke staat.
Ondanks de risico’s blijft Roos gemotiveerd door adrenaline, teamgevoel en het verschil dat zij kan maken: levens redden, mensen terugbrengen naar familie, en praktische hulp bieden. Voor haar geeft dat werk betekenis, zowel op de kazerne als op zee.