Prinses Irene van Griekenland en Denemarken is op 83-jarige leeftijd overleden
In dit artikel:
Prinses Irene van Griekenland en Denemarken, de jongere zus van koningin Sofia van Spanje en van wijlen koning Constantijn II van Griekenland, is op 83‑jarige leeftijd overleden. Het Spaanse koningshuis maakte donderdag bekend dat zij om 11:40 uur is overleden in het Zarzuela‑paleis in Madrid.
Irene werd geboren op 11 mei 1942 in Kaapstad, tijdens de ballingschap van de Griekse koninklijke familie in de Tweede Wereldoorlog. Het gezin keerde in 1946 terug naar Griekenland; een jaar later besteeg haar vader Paul de troon. Na het overlijden van koning Paul in 1964 werd haar broer Constantijn koning. Irene was korte tijd troonopvolger totdat in 1965 haar nichtje prinses Alexia werd geboren. De politieke omwentelingen in Griekenland — de militaire coup van 1967 en de latere afschaffing van de monarchie in 1973 — leidden tot langdurige ballingschap van het koningshuis.
Irene studeerde aan de Salem School in Duitsland, specialiseerde zich in piano en volgde later archeologie. In 1960 werkte zij mee aan het tijdschrift Archaeological Digest. Tijdens haar volwassen leven wijdde ze zich vooral aan intellectuele en culturele bezigheden; ze is nooit getrouwd en had geen eigen nakomelingen. Na periodes in India, waar zij zich met hindoeïstische filosofie bezighield, vestigde ze zich na het overlijden van haar moeder in 1981 definitief in Madrid bij haar zus Sofia en verbleef sindsdien in het Zarzuela‑paleis.
Gedurende haar leven ontving prinses Irene meerdere onderscheidingen, waaronder de Deense Orde van de Olifant en Italiaanse en Thaise onderscheidingen. Zij was ook hoofd van het korps van Griekse padvindsters. In 2018 verwierf ze de Spaanse nationaliteit en deed afstand van haar Griekse paspoort.
Prinses Irene wordt overleefd door koningin Sofia en de kinderen en kleinkinderen van haar broers en zussen, waaronder koning Felipe van Spanje en kroonprins Pavlos van Griekenland. Infanta Cristina heeft een dochter naar haar vernoemd.