Mathilde was op haar achttiende model in Parijs, waar het allesbehalve pluis was

woensdag, 22 april 2026 (12:49) - Vriendin.nl

In dit artikel:

Mathilde was achttien en net klaar met de middelbare school toen ze in oktober 1996 naar Milaan vertrok voor een modellencarrière. Via een scout gekoppeld aan Corinne Rottschäfer belandde ze in een internationaal appartementencomplex en werkte ze overdag aan castings; ’s avonds gingen modellen naar etentjes, salsalessen en clubs. Die feestjes, zo ontdekte ze, werden ook bezocht door oudere, rijke mannen die vaak met elkaar afspraken wie welk meisje “nam”. De Italiaanse term sottobosco — letterlijk “het moeras” — werd door Mathilde gebruikt om die onderwereld te beschrijven: ogenschijnlijk sociaal, maar tegelijk gevaarlijk en exploitief.

In Milaan merkte ze al snel dat het er niet veilig was. Een Noorse medemodel, Hanna, viel tijdens een avond uit in een club in elkaar en verdween daarna uit het complex; Mathilde heeft haar nooit meer teruggezien. Ook druk en manipulatie vanuit het lokale boekingsbureau speelden mee: toen Mathilde weigerde op oudejaarsdag een fotoshoot te doen omdat ze naar Venetië wilde, veranderde de toon van lief naar zakelijk en werd ze onder druk gezet vanwege de investeringen in haar huisvesting en promotie. Dat was voor haar aanleiding Milaan te verlaten — ze wilde zichzelf niet als ruilmiddel inzetten.

In Parijs, waar ze daarna terechtkwam op aanraden van Rottschäfer, leek het professioneler maar bleek het “moeras” een andere, even verontrustende vorm aan te nemen. Het Parijse leven omvatte chique clubs als Les Bains Douches en contacten met beroemde ontwerpers en artiesten, maar ook mannen die uitnodigingen naar jachten en privéfeestjes gebruikten om jonge modellen afhankelijk te maken. Mathilde vertelt over een man die zich Mr. Goby noemde en modellen naar zijn boot in Monte Carlo haalde met de belofte van campagnes; een huisgenoot keerde met luxe tassen terug maar huilde elke nacht en verloor later werk. In het appartement in Parijs woonde ook Patrick Green, een junk die volgens haar ook modellen scoute voor Jean-Luc Brunel — de latere verdachte in verband met het netwerk rond Jeffrey Epstein.

Jaren later, na het lezen van de Epstein-files en de arrestatie en dood van Brunel, begrijpt Mathilde de systematiek beter: etentjes, vluggertjes met invloedrijke mannen, beloften van werk, tickets die al geboekt zijn, en het mechanisme van intimidatie en stilte. Ze zegt dat geluk haar gespaard heeft; één andere avond had haar lot anders kunnen zijn.

De ervaring heeft haar visie en opvoeding veranderd. Als moeder van drie dochters waakt ze nu streng: geen privéafspraken met machtige mannen, locatie delen, en vooral luister naar het instinct — “Als je gevoel nee zegt, is het nee.” Haar observatie is breder dan de modellenwereld: waar macht, geld en netwerken samenkomen, bestaat het risico op seksueel misbruik en het stilhouden daarvan. Mathildes verhaal brengt een persoonlijke blik op een wijdverbreid, georganiseerd probleem in de modewereld en daarbuiten, en benadrukt het belang van beschermende regels en aandacht voor structurele patronen van misbruik.