Martine van Os over stoppen met We zijn er bijna!: 'Ruimte nodig voor nieuwe dingen'
In dit artikel:
Martine van Os stopt met het volgen van gepensioneerden voor het Omroep MAX-programma We zijn er bijna!. Na jarenlange reizen — in totaal anderhalf jaar onderweg, meer dan vijfhonderd geïnterviewde mensen, talloze jeu-de-boulespartijtjes en bezoeken aan spectaculaire natuurgebieden — besloot ze dat het tijd is voor iets anders. In haar keuken in Hilversum, met uitzicht op het atelier van echtgenoot Wouter Stips, legt ze uit dat de beslissing zwaar viel: enerzijds heimwee naar het werk en de band met de deelnemers, anderzijds de behoefte aan ruimte voor nieuwe plannen.
Het programma vroeg veel inzet: elk voorjaar vijf weken op pad, voortdurend ‘aan’ staan, diepe gesprekken voeren met vakantiegangers en daarna uren montage (ongeveer tweehonderd uur beeldmateriaal terugbrengen tot zes uur uitzending). Die intensiteit, gecombineerd met haar vaste rol vier keer per week bij Tijd voor MAX, liet weinig tijd over voor andere ambities. Martine zegt dat ze, juist omdat ze veel geniet van regelmaat en houvast, lang aarzelde, maar dat het besef dat ze niet onbeperkt tijd heeft maakte dat ze de stap zette. Ze wil onder andere onderzoeken of acteren weer iets voor haar is; het vlammetje daarvoor is nooit helemaal gedoofd en ze voelt zich aangetrokken tot tragikomedie, een genre dat Omroep MAX ook produceert.
Haar laatste reeks voor We zijn er bijna!, opgenomen in mei in Zuid-Frankrijk, overtrof haar verwachtingen: afwisselende landschappen, van sneeuw in de bergen tot hete zwembaddagen, en opnieuw veel aangrijpende verhalen. Ze bewondert vooral mensen die alleen op reis gaan na het verlies van een partner — zij tonen volgens haar moed en maken ruimte voor nieuwe relaties zonder de oude liefde te vergeten. Zulke ontmoetingen geven haar hoop en bevestigen haar overtuiging dat je in het leven na verlies opnieuw verbinding kunt vinden.
Privé is Martine al 45 jaar samen met de kunstenaar Wouter Stips. Ze omschrijft hun relatie als een combinatie van veel overeenkomsten én acceptatie van verschillen: beiden blijven actief, wat onderwerpen oplevert om over te praten, maar Wouter heeft inmiddels meer rust en avontuur is voor hem minder essentieel dan vroeger. Samen hebben ze twee kinderen; Kerst beschouwt Martine als een echt familiefestijn waarbij het huis vol moet zijn — dat vullen en het samenzijn koestert ze en het helpt haar omgaan met het verdriet van het loslaten toen de kinderen het huis uitgingen.
Als bekend gezicht van Tijd voor MAX maakt ze zich ook zorgen over de sombere wereldactualiteit en de gevolgen daarvan voor jongere generaties. Ze merkt bij haar zoon en andere jongeren soms neerslachtigheid door thema’s als woningnood, klimaat en oorlog. Haar manier om daarmee om te gaan is vergelijkbaar met hoe ze publiek benadert: beginnen met iets lichts, benadrukken dat je niet de last van de hele wereld hoeft te dragen en aandacht geven aan positieve dingen die wél lukken.
Martine benadrukt de waarde van sociale verbondenheid — een jaarlijks walking dinner met buren leverde haar bijvoorbeeld één van de mooiste dagen van het jaar op — en pleit voor meer aandacht voor samen zijn in plaats van alleen gericht zijn op het individu. In haar rol op televisie wil ze dan ook balans brengen: serieuze onderwerpen aansnijden, maar ook lucht en optimisme bieden waar nodig.
Concreet heeft ze nog geen nieuwe projecten vastgelegd; ze geniet nu van de mentale ruimte om te kiezen. Ze kijkt met dankbaarheid terug op We zijn er bijna!, maar staat open voor nieuwe uitdagingen, mogelijk terug naar acteren of een ander tv-format. Tegelijk erkent ze de dubbelheid in zichzelf: verlangen naar veiligheid en regelmaat aan de ene kant, en naar nieuwe ontdekkingen en creatief werk aan de andere.