Maartje kan niet stoppen met liegen: 'Soms weet ik zelf niet meer wat waar is'

maandag, 23 maart 2026 (13:20) - Vriendin.nl

In dit artikel:

Maartje vertelt hoe een ogenschijnlijk onschuldige opmerking van een vriendin — over een hotel in New York — haar gelijk in paniek zette. Op een terras, genietend van zon en wijn, ontdekte ze dat ze in een reflex een plek noemde waar ze nooit geweest was. Die onmiddellijke fysieke reactie — verhoogde ademhaling, stijve schouders, naschuddende spanning — vat haar dagelijks leven samen: voortdurend alert zijn op wat ze zegt, verhalen aanpassen om geen risico te lopen, en de angst om “door de mand te vallen”.

De oorsprong van dat patroon ligt volgens haar in huiselijke omstandigheden. Haar vader was fysiek aanwezig maar emotioneel afwezig; haar moeder juist scherp en kritisch. Openheid had thuis consequenties: eerlijkheid werd vaak bestraft of leidde tot teleurstelling. Een vroeg voorbeeld is het omstoten van een vaas, waarna Maartje de schuld aan de kat gaf om straf en onplezierige reacties te vermijden. Zulke ervaringen leerden haar liegen als overlevingsstrategie: het voelde als controle en werkte om sfeer en veiligheid te bewaren. Met die reflex groeide ze op: ze werd het “braaf” meisje op school, niet uit zelfvertrouwen maar uit angst om op te vallen of fouten te maken.

Het patroon zette zich voort in haar werkende leven. Bij sollicitaties en op kantoor vulde ze lacunes in haar ervaring in om aan verwachtingen te voldoen; dat leverde banen op maar ook constante spanning. Eén leugen vroeg om navolging: verhalen moesten onthouden, bewaakt en bijgesteld worden. De winst — aangenomen worden, geen directe afkeuring — ging steeds samen met een sluimerende angst dat iemand door zou vragen en haar tekortkomingen zou ontdekken.

Ook in haar relatie blijft het gedrag terugkomen, al zijn de leugens meestal klein en niet relationeel catastrofaal. Ze zegt vaak dat dingen haar niets doen of dat ze het niet uitmaakt waar ze heen gaat, om geen ongemak te veroorzaken. Een keer, na een ruzie, kwam ongevraagd naar voren dat ze zich opgesloten voelde; de reactie van haar vriend — niet boos weggaan maar willen begrijpen — vormde een keerpunt. Zijn simpele vraag waarom ze dat niet eerder had gezegd raakte haar: ze realiseerde zich hoe de kleine onwaarheden afstand scheppen tussen hen.

Maartje wil niet meer zo leven. Ze erkent dat liegen haar beperkte, uitput en vereenzaamde, en staat nu op het punt professionele hulp te zoeken. Stoppen met liegen betekent voor haar controle loslaten — spannend en beangstigend — maar ook een kans om “thuiskomen” bij zichzelf te ervaren.

Contextueel: Maartje beschrijft hier een ontwikkelingspatroon dat psychologisch veel voorkomt bij mensen die emotioneel onveilig zijn opgegroeid; copingstrategieën als aanpassen, vermijden of leunen op sociale façades kunnen jarenlang standhouden. Therapieën zoals cognitieve gedragstherapie, schematherapie of traumagerichte behandelingen kunnen helpen bij het herkennen van die automatische reacties, het omgaan met onderliggende angst en het oefenen van eerlijkere, veilige manieren van communiceren. Maartje kiest nu bewust voor hulp om de vicieuze cirkel te doorbreken en meer rust en echtheid in haar leven toe te laten.