Juristen Ariane en Ingrid zetten zich in voor slachtoffers van psychisch geweld tussen (ex-)partners
In dit artikel:
Familierechtadvocaat Ingrid Vledder en docent-familierecht Ariane Hendriks maken zich sterk voor vrouwen die in Nederland lijden onder intieme terreur: langdurig psychisch geweld door (ex-)partners dat zich uit in gaslighting, vernedering, isolatie, controle en dreiging — en in extreme gevallen in femicide. Hun ervaring uit de rechtspraktijk leidde tot het boek Met liefde heeft het niets te maken, dat deze week verschijnt, en tot trainingen voor rechters en hulpverleners.
Wat speelt: intieme terreur stopt vaak niet bij een scheiding. Plegers blijven via juridische procedures, toezicht op kinderafspraken of moderne technologieën controle uitoefenen — van het plaatsen van gps-trackers tot het monitoren van aanwezigheid via slimme apps of het opschalen van kleine conflicten tot eindeloze rechtszaken. Slachtoffers zijn niet alleen kwetsbare vrouwen; ook maatschappelijk succesvolle, capabele vrouwen treffen dit. In Nederland eindigen jaarlijks ongeveer veertig vrouwen als gevolg van partnerdoding, maar Vledder en Hendriks benadrukken dat tienduizenden vrouwen onder het bredere geweldsspectrum lijden en dat er ook pogingen en zelfdodingsmomenten zijn die niet in die dodelijke tellingen terugkomen.
Herkenning: het gevaarlijke patroon begint vaak met 'love bombing' — overdreven romantisch gedrag dat snel afhankelijkheid schept — waarna controle en escalatie volgen. Waarschuwingssignalen zijn onder meer het schenden van grenzen, extreme jaloezie, het isoleren van sociale contacten en onvoorspelbare uitbarstingen. Ook vroegtijdige zwangerschap kan door een pleger worden gestuurd om afhankelijkheid te verankeren.
Institutionele knelpunten: volgens de vrouwen worden echtscheidingen met intieme terreur standaard behandeld als ‘turbulente’ zaken, waarbij de dynamiek van één dader tegenover een slachtoffer onvoldoende wordt vastgelegd. Rechters en instanties vragen vaak niet wie het conflict veroorzaakt en laten het systeem toe gebruikt te worden als wapen — bijvoorbeeld door goedkope of gefinancierde rechtsbijstand die het mogelijk maakt eindeloos procedures te starten. Mediation en gezamenlijke trajecten werken niet bij situaties waarin één partij primair controle zoekt; sancties en duidelijke voorwaarden zijn vaker noodzakelijk.
Praktische gevolgen voor slachtoffers: veel vrouwen blijven uit angst of vanwege de kinderen bij de pleger, of kiezen terug te keren omdat rechtszaken en kinderregelingen onhoudbaar worden. Het juridische systeem kan die uitputting versterken, wat leidt tot langdurige onveiligheid en beperkte levensruimte voor slachtoffers.
Aanbevelingen: Vledder en Hendriks pleiten voor vroegtijdige screening in echtscheidingsprocedures om onderscheid te maken tussen wederzijds conflict en eenzijdig, controlerend geweld. Als na een jaar geen rust optreedt, moet actief onderzocht worden of sprake is van intieme terreur. Rechters moeten expliciet ingrijpen wanneer plegers het systeem misbruiken — bijvoorbeeld met duidelijke consequenties bij loze procedures — en geen gedwongen gezamenlijke hulpverlening opleggen. Rondom het sociale netwerk en professionals (huisartsen, familieleden, scholen) adviseren zij waakzaamheid: steunbetuiging zonder dwingende adviezen, aanwezigheid beloven en hulp concreet aanbieden (bijv. ophalen in geval van vertrek).
Kortom: Vledder en Hendriks tonen dat intieme terreur een wijdverbreid en vaak onzichtbaar probleem is dat door maatschappelijke opvattingen over gender en door tekortkomingen in het juridische systeem in stand blijft. Hun boodschap is tweeledig: erken het patroon vroeg, en pas systemen en sancties zó aan dat plegers niet ongestoord kunnen doorgaan — daarmee kan veel leed worden voorkomen.