Joukje verruilde Amsterdam voor Zuid-Afrika: 'Al op de eerste dag voelde ik: I'm home'

woensdag, 22 april 2026 (09:49) - Vriendin.nl

In dit artikel:

Joukje ruilde het drukke Amsterdam in voor een afgelegen bestaan aan de zuidpunt van Zuid-Afrika omdat ze rust en ruimte nodig had om te kunnen schrijven en te leven. Na rond haar 23ste jaren in De Pijp en later een benedenwoning in Oud-West te hebben gewoond — waar ze in een tuinhuisje kinderboeken schreef — raakte haar woonplezier flink aangetast door veranderende buren, slechte isolatie en veel geluidsoverlast, die tijdens de coronaperiode verergerde door langdurige verbouwingen en feestende medebewoners. Toen gesprekken daarover geen soelaas boden, besloot ze te vertrekken: ze verkocht haar huis en emigreerde alleen, met vier katten, naar Zuid-Afrika.

Aanvankelijk huurde ze in Noordhoek, later woonde ze tweeënhalf jaar in Simon’s Town en kocht uiteindelijk een vrijstaand huis vlakbij het natuurgebied Kaap de Goede Hoop. Haar woning ligt ongeveer vijfhonderd meter van het strand; vanuit de woonkamer ziet ze regelmatig dolfijnen, walvissen en soms orka’s. Die overgang ervaart ze als bevrijdend: de natuur en het wild om haar heen geven haar juist de rust en inspiratie die in Amsterdam ontbraken. Een ontmoeting met een genet op een bergrit en het wakker worden met oceaanzicht voelden voor haar als bevestiging: “I’m home.”

In Zuid-Afrika verbreedde Joukje haar betrokkenheid bij de natuur door vrijwilligerswerk bij SANCCOB, de pinguïnopvang bij Kaapstad. Haar betrokkenheid begon deels vanuit het schrijven: in 2017 publiceerde ze Wij waren hier eerst, een kinderboek over het conflict tussen mensen en wildlife, waarin de Afrikaanse pinguïn een rol speelt. Als vrijwilliger doet ze geen romantisch werk, maar de basale, veeleisende taken van dierverzorging: schoonmaken, observeren, registreren en voeren. Dat vraagt training en discipline; vrijwilligers moeten leren hun emoties opzij te zetten zodat pinguïns niet aan mensen wennen — want gedomesticeerde pinguïns hebben een veel kleinere overlevingskans in het wild.

Joukje schetst ook de harde kanten van opvangwerk: pinguïns zijn stressgevoelig en kunnen hard bijten; sommige gevallen maken emotioneel veel indruk, zoals een revaliderende pinguïn die na terugplaatsing steeds naar mensen terugkeerde en uiteindelijk werd ingeslapen omdat een alternatieve opvang te lang op zich zou laten wachten. Zulke beslissingen blijven pijnlijk, maar volgens haar soms noodzakelijk voor het dierwelzijn.

Het vrijwilligerswerk heeft haar schrijverschap veranderd: ze schrijft minder idealiserend en meer met de voeten in de modder — letterlijk tussen de vis en de pinguïnpoep — wat haar verhalen eerlijker maakt en bedoeld om vooral kinderen meer begrip en betrokkenheid te laten voelen. Ze benadrukt dat de Afrikaanse pinguïn het moeilijk heeft door krimpende leefgebieden, dalende visstanden en vervuiling, en dat goede informatie vaak mythes kan wegnemen en de omgang met dieren kan verbeteren.

Joukje houdt contact met familie en vrienden in Nederland; zij steunen haar keuze en bezoeken haar geregeld. Hoewel ze niet uitsluit ooit terug te keren, voelt Nederland momenteel te druk en is Zuid-Afrika voor haar herkenbaar als thuis: rustiger leven, meer natuur, en werk dat voor haar betekenis heeft.