Jikke doorloopt hetzelfde traject in het leger als Amalia: hoe ziet dit eruit?
In dit artikel:
In januari kreeg prinses Amalia tijdens een barettenceremonie haar korporaalsonderdeel nadat ze de Algemene Militaire Opleiding (AMO) had afgerond. Jikke, een werkstudent bij Defensity College die hetzelfde traject doorliep, herkent die mijlpaal goed: de AMO bestaat uit twee intensieve weken waarin je van veldpet naar baret wisselt, rangtekens ontvangt en officieel tot korporaal wordt bevorderd — met bijbehorende tradities en groepsrituelen.
De AMO is voor de meeste Defensity-studenten het begin van hun tijd bij Defensie en kan bij elk krijgsmachtonderdeel plaatsvinden (landmacht, luchtmacht, marine of marechaussee). Jikke beschrijft de opleiding als fysiek zwaar en sociaal intensief: je leeft twee weken in een hechte groep met een brede leeftijds- en ervaringsmix (van 18 tot 55 jaar), leert kaartlezen, schieten, tenten opzetten en materiaal verplaatsen, en vooral hoe je als team presteert. Het traject dwingt tot samenwerken en wederzijdse afhankelijkheid, wat volgens haar meer van persoonlijke vaardigheden vraagt dan bijvoorbeeld topsport in je eentje.
Jikke kwam anderhalf jaar geleden bij Defensity College terecht nadat ze haar bachelor industrieel ontwerpen in Delft had afgerond. Ze zocht een bijbaan met verantwoordelijkheid en uitdaging en vond het programma aantrekkelijk vanwege de fysieke en persoonlijke ontwikkeling. Toelating verloopt streng: kandidaten ondergaan psychologisch en fysiek onderzoek, gesprekken en tests; er zijn ongeveer 450 plekken, omdat het programma kwaliteit boven kwantiteit stelt. Defensity College wil vooral ambassadeurs voor Defensie vormen, niet louter werven.
Studenten worden gekoppeld aan een talentmanager die helpt bij het vinden van passende functies binnen Defensie. Jikke werkte achtereenvolgens op de kazerne in Utrecht, bij het Kenniscentrum Logistiek in Soesterberg (waar ze bijvoorbeeld de inzet van onbemande voertuigen in logistieke ketens onderzocht) en bij het Korps Commandotroepen in Roosendaal. Werkstudenten zijn één of twee dagen per week geplaatst, rouleren na een half jaar en krijgen diverse trainingen; ze worden ook ingezet als oefenvijand en mannen en vrouwen voeren dezelfde taken uit.
Het werk combineert Jikke met een master strategic product design — planning en communicatie maken die combinatie mogelijk, ook omdat trainingen soms betekenen dat je tijdelijk “off-grid” bent. Ze ervaart begrip van haar opleiding en ziet haar rol bij Defensie als maatschappelijk waardevol. Privé verhuisde ze recent van Delft naar Rotterdam, woont met vriendinnen en houdt haar sportieve kant actief: ze roeide de 100 km Ringvaart Regatta en haalde daarmee geld op voor mentale-hulpverlening voor studenten.
De huidige geopolitieke onrust heeft Jikke realistischer gemaakt over het nut van een krijgsmacht; dat motiveert haar om reservist te blijven, ook al weet ze nog niet of ze na haar studie definitief bij Defensie of het bedrijfsleven gaat werken. Haar militaire opleiding gaf haar praktische overlevingsvaardigheden en het besef van persoonlijke kwetsbaarheid: ze en huisgenoten verzamelen noodvoorraad en voorbereidingsmiddelen.
Tot slot wijst het artikel op andere instapmogelijkheden bij Defensie: een jaar vrijwillig dienen, een specialistisch dienstjaar of de nationale weerbaarheidstraining van tien weken, bedoeld voor wie kennismaking met militair leven zoekt. Jikke ziet haar deelname als een manier om zichzelf te ontwikkelen, fysiek uitgedaagd te worden en bij te dragen aan de veiligheid van het land.