Janske (42) kreeg kanker toen ze nét haar eigen bedrijf was gestart
In dit artikel:
Al op jonge leeftijd merkte de vertelster dat haar gezin afweek van wat ze bij vriendinnetjes zag: haar moeder kampte met een postnatale depressie en herstelde van kanker, haar vader werkte veel en was zelden thuis. Toen haar moeder werd opgenomen, brachten zij en haar oudere zus enige tijd door bij een tante. Thuis keerde een gespannen sfeer terug: onvoorspelbare uitbarstingen van haar moeder en veel verantwoordelijkheid die bij de kinderen werd neergelegd. De ouders scheidden toen zij zeventien was. Het gebrek aan veiligheid en liefde thuis leidde ertoe dat ze zich haar hele jeugd aanpaste en voortdurend streefde naar bevestiging van buitenaf.
Die behoefte aan goedkeuring ontwikkelde zich tot please-gedrag en extreem prestatiedenken. Als tiener en jongvolwassene zette ze continu de hoogste lat, waardoor ze niet leerde voelen of stil te staan. Dat leverde succes op — een mooie baan en een goed salaris — maar ook chronische stress en lichamelijke klachten: pijn in de schouders, hoge ademhaling en uiteindelijk urineverlies. Relaties en praktische druk in het gezinsleven verhoogden de spanning; het leven voelde voortdurend als een race.
Rond haar veertigste kreeg ze een kantelpunt. Een opmerking van haar partner over verantwoordelijk zijn voor je lichaam na je veertigste zette haar aan tot reflectie. Ze vroeg zich af hoe goed ze werkelijk voor zichzelf zorgde en besloot stappen te zetten: met hulp van een coach leerde ze lichaams- en emotie-signalen herkennen en ontdekte ze een sterke behoefte aan vrijheid en regie. Na zestien jaar dienstverband durfde ze het aan om op 1 januari 2024 voor zichzelf te beginnen. De autonomie gaf haar rust en voldoening, ook al bleef ze soms fysieke klachten houden. Na een jaar bekkenbodemtherapie raadpleegde ze toch de gynaecoloog, die bij onderzoek iets afwijkends voelde. Dat leidde tot aanvullende testen en de diagnose: een zeldzame vorm van vagina/baarmoederhalskanker op 7 september 2024 — nog maar negen maanden na het starten van haar eigen bedrijf.
Het behandeltraject was intensief en pionierend, met vijf chemokuren, vijfentwintig bestralingen en meerdere inwendige bestralingen (brachytherapie). De laatste behandeling was eind december 2024; begin maart 2025 bleek dat de tumorplekjes verdwenen waren. Hoewel dat opluchtte, blijft ze onder strikte controle en vreest ze dat de angst voor terugkeer nog lange tijd bij haar blijft. De confrontatie met de ziekte dwong haar los te laten: controledenken en perfectionisme maakten plaats voor meer acceptatie, rust en het zoeken naar innerlijke stabiliteit.
Tijdens de behandelingen ontdekte ze een innerlijke metgezel — iets dat ze ‘Alleen’ noemt — waarmee ze moeilijke momenten doorstond. Die ervaring leerde haar dat ze haar thuis in zichzelf kan vinden; ze vat dit samen als een van de mooiste cadeaus van het proces: “Ik ben mijn thuis.” Het ziek-zijn veranderde haar leefstijl radicaal: ze leeft meer in het nu, kiest bewuster voor rust, kwaliteit en energiegevers, en laat sociale verplichtingen en relaties die haar geen energie geven los. Het ondernemerschap bleek juist ruimte te bieden om werk en herstel te combineren; loyale opdrachtgevers maakten flexibele planning mogelijk.
Om haar ervaringen en inzichten te delen schreef ze het boek Het is OK. Ze benadrukt dat ziekte niet verhindert om van het leven te genieten en dat het belangrijk is dingen nu te doen — grote wensen zoals reizen, maar ook kleine dagelijkse momenten waarderen. Haar boodschap aan anderen is om te stoppen met rennen en vaker te onderzoeken wat je écht wilt, voordat het leven je dwingt te pauzeren.
Korte context: zeldzame vormen van vagina- of baarmoederhalskanker vragen vaak maatwerkbehandelingen en multidisciplinaire zorg, en brengen naast fysieke ook grote emotionele en existentiële uitdagingen met zich mee — iets wat haar verhaal treffend illustreert.