Het aspergeseizoen is officieel begonnen en dit wil je weten
In dit artikel:
Het aspergeseizoen is kort: grofweg van april tot Sint-Jan (24 juni). Omdat ze zo snel van vers naar minder worden gaan, is dit hét moment om ze te eten.
Wie en wat: asperges (vooral het witte ras waar Nederland bekend om is) hebben een lange geschiedenis — van het oude Rome tot de Franse hofkeukens — en waren ooit luxe- en medicinale producten. Nu zijn ze een klassieke seizoensgroente die je het beste vers consumeert.
Waar koop je ze: voor de versheid kun je het beste naar de groenteboer of markt; daar kun je de kwaliteit direct inschatten. Veel telers bezorgen tegenwoordig ook thuis of werken samen met delicatessenzaken in de stad (bijv. Asperges Amsterdam, For Your Taste Only, Eriks Delicatessen), wat een goed alternatief is als omrijden lastig is.
Waarop letten bij aankoop: kies stevige stelen zonder uitgedroogde onderkant. Wrijf twee asperges zachtjes tegen elkaar; een licht piepend geluid duidt op versheid. Een glanzende schil en een frisse, groene geur zijn positief; muffe of zwavelachtige lucht, open kopjes of paarse verkleuring wijzen op oudere exemplaren.
Bewaren en bereiden: leg thuis asperges in een vochtige doek in de koelkast om uitdrogen te voorkomen. Voor koken is een hoge, smalle aspergepan ideaal zodat de kopjes boven water stomen; heb je die niet, kook ze volledig onder water in een brede pan. Reken op circa 8–10 minuten koken en daarna nog 10 minuten laten rusten in het warme water. Gooi de schillen niet weg: je kunt er een lichte bouillon van trekken en die gebruiken voor extra smaak.
Waarom nu eten: de smaak en textuur nemen snel af na oogst; een asperge van dezelfde dag proef je meestal het verschil. Zien ze er goed uit in de winkel of op de markt? Neem ze mee — het seizoen is kort en wie wacht, mist het beste moment.