Femke stapte uit de strenggelovige gemeenschap waar ze in opgroeide: 'We waren met zeventien kinderen'
In dit artikel:
Femke groeide op als elfde van zeventien kinderen in de Christelijke Gemeente Nederland, een kerkgenootschap van Noorse oorsprong dat ook bekendstaat als de ‘Noorse Broeders’. Het geloof bepaalde vrijwel alles in haar gezin. Haar ouders leerden haar dat ze moest proberen net zo goed te worden als Jezus en geen ruimte mocht geven aan zonde, zoals hebzucht, jaloezie en egoïsme. Als kind controleerde Femke voortdurend haar gedachten uit angst niet goed genoeg te zijn en naar de hel te gaan.
De kerk was sterk verweven met het familieleven. Het gezin volgde Noorse kerkdiensten thuis, deed mee aan gezamenlijke activiteiten en hield zich aan strenge regels. Andere geloven werden als verkeerd beschouwd. Femke ging daarom naar een openbare school en nam niet deel aan schoolfeesten, kampen en excursies. Hoewel de kerkelijke gemeenschap ook warmte en saamhorigheid bood, kreeg ze thuis weinig individuele aandacht en voelde ze zich steeds vaker anders dan leeftijdsgenoten.
Tijdens haar tienerjaren en vroege volwassenheid ontstonden steeds meer twijfels. Vooral de ongelijke behandeling van vrouwen, die onder meer een hoofddoek moesten dragen en huishoudelijke taken in de kerk uitvoerden, riep weerstand op. Een verblijf als au pair in Noorwegen en later haar werk bij een Nederlandse gemeente brachten haar in contact met mensen buiten de kerk. Daardoor ontdekte ze dat de ‘boze buitenwereld’ uit haar opvoeding niet overeenkwam met de werkelijkheid.
Rond haar twintigste begon Femke zich openlijk kritischer op te stellen. Ze droeg soms geen hoofddoek, weigerde een getuigenis af te leggen en sprak kerkleiders tegen. Op haar 25ste besloot ze definitief te vertrekken. Kort nadat ze zelfstandig was gaan wonen, stuurde ze haar ouders, broers, zussen en vriendinnen een bericht waarin ze uitlegde dat ze nog in God geloofde, maar niet langer hetzelfde geloofsbeeld deelde. Daarna ging ze nooit meer naar de kerk.
Haar ouders waren verdrietig, maar Femke verbrak het contact niet. Twee oudere zussen hadden eerder dezelfde stap gezet; met hen vormde ze binnen het grote gezin een hechte band. De eerste periode buiten de kerk was zwaar: ze sliep bijna voortdurend en dacht dat ze anders tegen een burn-out zou zijn aangelopen. Tegelijkertijd ervoer ze voor het eerst echte vrijheid en tijd voor zichzelf.
In de jaren daarna herstelde Femke en ontdekte ze nieuwe interesses, zoals schilderen, broodbakken en tuinieren. Ze schreef haar ervaringen op om te begrijpen wat haar was overkomen en om haar ouders uit te leggen waarom ze was weggegaan. Haar persoonlijke verhaal verscheen uiteindelijk in het boek ‘Uit de schaduw van het geloof’. Femke wil anderen in gesloten geloofsgemeenschappen meegeven dat mensen altijd van koers mogen veranderen en op hun eigen gevoel mogen vertrouwen.
Vandaag Inside: Vandaag Inside-tafel staat stil bij afscheid Arno Vermeulen bij NOS: ‘Ga hem niet missen’