Eveline: 'Voor me staat een piepkleine dame. Al schreeuwend geeft ze me een hand'
In dit artikel:
Een luidruchtig stel uit Groot-Brittannië, Barbara en Dave, logeert enige tijd bij de auteur en haar partner Emiel nadat ze in Nederland de eerste handtekening bij de notaris hebben gezet voor een nieuw huis. Over drie maanden volgt de definitieve akte en dan krijgen ze de sleutels; voorlopig moet het pand dienstdoen als vakantiewoning omdat ze pas definitief overgaan als Barbara’s 94‑jarige moeder is overleden.
Het koppel presenteert zich opvallend: Barbara is klein, veel opgemaakte make‑up, mintgroene kunstnagels, mist een voortand en draagt een Louis Vuitton‑tas die volgens de gastvrouw duidelijk nep is; Dave is mager en volgt verlegen. Ze schetsten een levensstijl van frequent reizen (Jamaica, Japan, Lapland, Mexico, binnenkort Antigua met suite en butler), bezit van twee Porsches en vrijwillige activiteiten voor daklozen en de voedselbank. Tegelijk vallen kleine tegenstrijdigheden op — een Primark‑label in Barbara’s blouse, een etiket met “Diora” op een trolley en kauwgum onder haar bord — waardoor hun verhaaltjes twijfel wekken bij de hosts.
Tijdens het gezamenlijke diner reageren de andere gasten beleefd maar verbaasd op Barbara’s gedrag en verhalen; ze waardeert zelfs eenvoudige tafelstukken als chique. De auteur serveert een zelfgemaakte lavendelcake die Barbara niet herkent, wat haar vreemde mengeling van mondaine pretenties en onhandigheden onderstreept. Na twee dagen vertrekken ze in een gehuurde Fiat Panda, terwijl Emiel opluchtend vraagt of ze echt zo vermogend zijn en voornemens is die beweringen later eens te controleren als ze op reis zijn.
Het portret tekent een prikkelende botsing tussen uiterlijk vertoon en inconsequente details — een voorstelling van status die indruk wil maken, maar door kleine aanwijzingen tegelijkertijd ongeloofwaardig wordt.