Ellen was nog geen vier toen haar moeder overleed: 'Ik ken haar alleen van foto's'
In dit artikel:
Ellen (46) vertelt hoe de vroege dood van haar ouders haar leven vormde en haar professionele koers bepaalde. Haar moeder stierf aan vergevorderde eierstokkanker toen Ellen drie was; ze was 33. De moeder was een kleurrijk, uitgesproken persoon — ze trouwde in een knalroze jurk met sterren en werkte als laborante in het ziekenhuis, waar ze patiënten opfleurde met een rinkelend karretje en een luid: “Hallo, hier ben ik!” — maar na de diagnose was ze zó in shock dat ze zes weken later overleed. Ellen en haar pasgeboren broertje bleven achter bij een rouwende vader, die in de jaren erna vaak verslagen aan de keukentafel zat; tantes, oma en buren zorgden voor de kinderen, en het verlies werd weinig besproken.
Hoewel Ellen zichzelf later als veilig gehecht beschrijft — volgens haar vroege dagboekfragmenten van haar moeder waren de eerste jaren zorgeloos — had ze als kind vooral het besef dat het leven onvoorspelbaar is, wat haar zorgzaam maakte. Ze voelde weinig direct verdriet om het gemis omdat ze haar moeder niet persoonlijk had gekend; in plaats daarvan ontwikkelde ze verantwoordelijkheid en een behoefte anderen te troosten. Als tiener veranderde haar moeder ooit haar naam van Treesje in Rezy, een detail dat illustreert hoe uitgesproken en principieel ze kon zijn.
Op de universiteit studeerde Ellen psychologie; tijdens haar studie kreeg haar vader meerdere hersenbloedingen, waarna zijn gezondheid snel achteruitging. Toen hij stierf, was Ellen 21. Direct daarna pakte ze kansen: ze promoveerde en werd docent psychologie aan de Tilburg University. Haar persoonlijke geschiedenis leidde ertoe dat ze zich professioneel ging richten op rouw en veerkracht; ze schreef drie boeken, ontwierp scheurkalenders voor mensen met verlieservaringen en werkt als rouwcoach, waarbij ze bewust ruimte maakt voor lichtheid en humor naast het verdriet.
Pas in haar dertiger jaren begonnen vragen naar wie haar moeder werkelijk was een actieve zoektocht te worden. Eerst liet ze haar DNA onderzoeken uit angst voor erfelijkheid van de kanker; de test was negatief, maar in plaats van opluchting voelde ze eerder een vreemd verbondenheid met het idee jong te kunnen sterven. Op haar 34e verzamelde ze herinneringen van familie en vrienden via vragenlijsten om een completer beeld te krijgen. De reacties toonden zowel de warme, creatieve kanten van haar moeder als minder flattering trekken — bijvoorbeeld zwart-witdenken en soms kille afwijzing — en Ellen herkende veel in zichzelf. Ze bundelde de bijdragen in een boekje en vierde een verjaardag met veel verhalen en muziek, wat haar het gevoel gaf haar moeder soms te leren kennen.
Een ander keerpunt was een postuum filmportret dat ze medeboodschapte na een netwerkbijeenkomst waar een cameraman het idee lanceerde. Oude videofragmenten van haar ouders doken op; voor het eerst zag Ellen bewegend beeld van haar moeder en van de chemie tussen haar ouders — hand in hand op hun trouwdag, de roze sterrenjurk. De première vond plaats in bioscoop Lumière Maastricht en werd een emotionele avond waarin vrienden en familie herinneringen deelden.
Ellen gebruikt creativiteit als middel om rouw te verwerken en anderen te helpen. Haar werk combineert psychologische kennis met kunstzinnige projecten: boeken, coaching en visuele stukken die troost en herkenning bieden. Ze gelooft dat humor en lichte toon net zo nodig zijn als ruimte voor ernst bij verlies. De ervaring van vroeg verlies heeft haar levenshouding sterk beïnvloed: ze leeft bewust, kiest intens voor relaties (ze en haar man vernieuwen ieder vijf jaar hun ja-woord) en weigert het bestaan te reduceren tot rouw alleen. Kleine symbolen van haar verleden, zoals de rinkelende wieltjes van haar paarse collegekoffer, verbinden haar dagelijks werk met beelden van haar moeder en herinneren haar aan de combinatie van zorgzaamheid en levenslust die zij nastreeft.
Om privacyredenen zijn in het artikel alle namen veranderd; de echte namen zijn bekend bij de redactie.