10 misverstanden over de overgang
In dit artikel:
Veel voorkomende misverstanden rondom de overgang worden door gynaecoloog Manon Kerkhof van Curilion en ervaringsdeskundigen verduidelijkt. De overgang begint niet pas na de laatste menstruatie, maar start al in de perimenopauze, de jaren voorafgaand aan het definitieve stoppen van de menstruatie. Hierbij daalt de hormoonproductie van oestrogeen en progesteron en kunnen klachten zoals heviger of onregelmatig bloedverlies, stemmingswisselingen, slaapproblemen en PMS-achtige verschijnselen al optreden.
De menopauze, het moment van de laatste menstruatie, wordt pas vastgesteld na twaalf maanden zonder cyclus, maar klachten kunnen juist ná deze fase nog jaren aanhouden. Ongeveer tien procent van de vrouwen ervaart overgangsklachten langer dan tien jaar, met opvliegers en nachtzweten als de meest voorkomende symptomen. Deze klachten beperken zich niet tot opvliegers, maar omvatten ook hersenmist, concentratieproblemen, angst, depressie en fysieke ongemakken.
De overgang is geen kwestie van aanstellen; 80% van de vrouwen heeft klachten en een derde van de vrouwen tussen 45 en 60 die door klachten uitvalt op het werk, kampt met overgangsgerelateerde problemen. De overgang kan beginnen rond het 45e levensjaar, maar er zijn ook voorbeelden van vrouwen die al in hun midden dertigste symptomen ervaren. Het gebruik van een hormoonhoudend spiraaltje of de anticonceptiepil biedt geen garantie op het voorkomen van klachten, en stoppen met de pil rond het 52e levensjaar kan klachten plotseling verergeren.
Hormoontherapie, ooit negatief beoordeeld vanwege risico’s bij oudere vrouwen, is tegenwoordig wél veilig en effectief als het onder toezicht van een arts wordt toegepast, waarbij het type hormoon en toedieningswijze nauwkeurig worden afgestemd. Veel vrouwen, zoals Marian (67), ervaren hierdoor een aanzienlijke verbetering van hun kwaliteit van leven.
Gewichtstoename tijdens de overgang is geen onvermijdelijk gevolg, maar hangt samen met het verlies van spiermassa en een vertraagde stofwisseling. Het aanpassen van voedingspatronen en het doen van krachttraining kunnen dit tegengaan. Verder is het belangrijk om de overgang actief te benaderen door informatie te zoeken, je leefstijl aan te passen, hulp te zoeken bij huisartsen, gynaecologen of overgangsconsulenten, en het stigma rondom overgangsklachten te doorbreken.
Ten slotte wordt het doen van bloedonderzoek om de overgangsfase te bepalen afgeraden vanwege de wisselende hormoonwaarden en de beperkte diagnostische waarde hiervan. Het herkennen van symptomen en het serieus nemen van klachten blijft cruciaal om vrouwen door deze levensfase te begeleiden en te ondersteunen.